Ja nje gawarjoe paroeskie

op reis naar Kaliningrad

Inhoud:

 

Door Koen Rijnsent en Maarten Hogenstijn

Remco van der Hoogt, Maarten Hogenstijn en Koen Rijnsent schreven in het kader van het eerstejaars excellent tracé een artikel over de Russische exclave Kaliningrad. Zij besloten het gebied in de zomervakantie te gaan bezoeken (nog vóór de crisis). Op reis werden ze vergezeld door Daniël van Middelkoop. Hieronder volgt een reisverslag.

Ons besluit om met de trein naar Kaliningrad te gaan pakt goed uit. Het duurt dan wel 26 uur, maar onderweg leren we twee Amerikanen kennen: Greg en Ben. Greg blijkt onze redder in nood. Hij spreekt Russisch en heeft de juiste connecties om ons aan een goede hotelkamer te helpen. Ben blijkt student te zijn. Hij is op weg naar Kaliningrad om er aan de universiteit Russisch te leren.

Greg kan nauwelijks geloven dat wij zomaar op eigen houtje deze reis maken. "Als je naar Rusland gaat, moet je of met een georganiseerde reis gaan, of Russisch praten en weten hoe het systeem in elkaar zit. Reken maar niet dat iemand Engels of Duits praat, ook niet in hotels." Er wordt op de deur van de coupé geklopt en de conductrice geeft ons een aantal papiertjes aan. Douaneverklaringen. Uiteraard alleen in het Russisch.

Special Forces

Na aankomst in de stad moeten we wachten op Sergej, een vriend van Greg die bij de geheimzinnige "Special Forces" werkt. Hij gaat ons het hotel in helpen. Het duurt even, dus we besluiten eerst maar te gaan eten, en wel in het meest luxueuze restaurant van de stad. In het restaurant worden we verwelkomd door new-agemuziek waarvan niet alleen de kwaliteit maar ook het volume alle gesprekken doet verstommen. Nadat we met behulp van het taalboekje en Greg iets besteld en gekregen hebben, wordt de new-age cd opeens uitgezet. Serveersters beginnen druk heen en weer te lopen en een man begint microfoons aan te sluiten. Een groepje mensen komt vanuit een hoek van het restaurant halfdronken naar de microfoons zwalken. Een videokanon floept aan. Nee hè, ze zouden toch niet... Ja dus. De eerste karaoke-video is een droevig klinkend liedje dat door de hele groep vals in de microfoon wordt meegehuild. Bij het tweede nummer hebben sommigen hun interesse in zingen gelukkig al verloren, maar in plaats daarvan gaan zij dansen, daarbij luid aangemoedigd door een groep wodkadrinkers van een paar tafels verderop. Het geschreeuw wordt steeds luider en het gedans steeds wilder, totdat het na zo’n 5 nummers opeens afgelopen is. We grijpen onze kans en snel ontvluchten we met veel lachbuien de droevige Russische meezingers.

Buiten zit Sergej in zijn auto op ons te wachten. Hij lijkt een jaar of 25 en is geheel in het zwart gekleed, het kenmerk van de mafia. Greg stelt ons aan elkaar voor en daarbij blijkt Sergej, anders dan zijn uiterlijk zou doen vermoeden, een hele zachte stem te hebben, maar verrassender nog, perfect Engels te praten.

Hij stelt ons gerust. Geen probleem, hij kan het hotel zo voor ons regelen. Hij kan de mensen in het hotel er ook wel van overtuigen dat wij een "special discount" verdienen. We krijgen instructies: "Jullie bemoeien je nergens mee. Wat er ook gebeurt, jullie praten niet met de mensen van de receptie. Wij regelen alles." Er zit voor ons dus niets anders op dan ons maar weer over te geven aan dat typisch Russische fenomeen, wachten. Na ruim een half uur komt er wat schot in de zaak. Blijkbaar kan Sergej ook hele gemene dingen zeggen met zijn zachte stem, want achter de balie begint de receptioniste verontwaardigd terug te schreeuwen. Niettemin hebben we een kwartier later een kamer, inderdaad voor een vriendenprijs. Dat we logeren op de verdieping die normaal gesproken gereserveerd is voor piloten, zal ons een zorg zijn. Het betalen van de kamer blijkt nog lastiger dan gedacht. Zo zijn de nieuwe prijzen die overmorgen ingaan nog niet bekend. Uiteindelijk zijn de nieuwe prijzen er, maar het kost nog een hoop formulieren en stempels voor het geld overgedragen kan worden.

Dierentuin

De volgende morgen gaan we de stad bekijken, en meteen valt ons op dat Russen ware meesters zijn in het bouwen van lelijke gebouwen, en in het niet afmaken van dingen. Op het centrale plein van de stad prijkt een groots beeld van de nog niet vergeten Lenin. Nadat we plaatjes van hem hebben geschoten, besluiten we het grote gebouw aan de rand van het plein maar eens binnen te lopen. Het blijkt de universiteit.

Binnen komen we tot onze grote verbazing Ben tegen, in het gezelschap van andere Amerikanen. Ze vragen of we mee willen gaan naar de dierentuin. Dit lijkt ons een leuk idee, dus stemmen we in. "We moeten alleen eerst nog even langs de bibliotheek", zegt een Amerikaan. We nemen dus de tram en stappen voor een groot gebouw uit. We gaan naar binnen en komen in een grote hal terecht. Er gaat een deur open en een gezellige Russin komt met uitgestrekte armen naar ons toe lopen: "Finally, there you are. We’ve been waiting for you!". We worden meegenomen naar een grotere zaal, waar we in een soort schoolbanken moeten gaan zitten.

Totaal verbijsterd kijken we elkaar aan en barsten dan in lachen uit. We blijken terecht gekomen in een "two-way learning project". Russische kinderen leren Engels van Amerikaanse studenten en andersom leren de Amerikanen Russisch. Het thema vandaag is dieren. We leren wat Russische dierennamen en mogen ademloos de Russische kinderen aanhoren. Tot slot wordt er een zangwedstrijd georganiseerd tussen de drie aanwezige nationaliteiten.

Eerst zingen de Russische kinderen een liedje, daarna doen de Amerikanen een duit in het zakje en uiteindelijk mogen wij onze zangtalenten tonen. Ach, waarom ook niet. Zo sta je in de universiteit, zo sta je in een kinderklas het Wilhelmus te zingen.

Na dit zeer onverwachtse evenement gaan we wandelend naar de dierentuin. Over de omstandigheden daar kunnen we het beter maar niet hebben. De tijger is uitgemergeld, de beren kunnen niet meer recht vooruit lopen en de zeehond heeft een kleine badkuip met groen water tot zijn beschikking. Het enige dier dat echt de ruimte heeft is de zeeleeuw. Hij heeft een heel zwembad voor zichzelf. Maar de Russische lerares vindt hem juist zielig. "Nu de andere 5 dood zijn gegaan is hij helemaal alleen over. Hij is vast eenzaam."

Wester

Donderdag hebben we even genoeg van de lelijkheid van de stad. Dus gaan we met de trein naar Swetlogorsk, naar het schijnt de mooiste stad van de regio Kaliningrad. Na een uur op houten bankjes komen we aan. We bewonderen de Oostzee en ook de grootste zonnewijzer van Europa (waar men zeer trots op is) wordt door ons met een bezoekje vereerd. De zon schijnt er zelfs even en we maken snel een foto.

Zaterdag is de laatste dag. Maar wat blijkt: het is 4 juli, de viering van de bevrijding van Kaliningrad door het Rode Leger in 1944. Tijd voor een parade dus. Hier blijkt de tweeslachtigheid die het huidige Rusland kenmerkt. Uiteraard begint de parade met een stoet hotemetoten, gevolgd door de verschillende divisies van het leger. Daarna volgen de mijnwerkers en volksdansclubs. Ook de voetbalclubs, de modelbouwverenigingen en de lokale middenstand zijn vertegenwoordigd, als in een traditionele communistische parade.

De afsluiting van de stoet is het leukst. De nieuwe plaatselijke supermarktketen "Wester" heeft een groep huisvrouwen opgetrommeld. Zij duwen winkelwagentjes voort met daarin de nieuwste westerse produkten. Achter hen aan zorgen vier vrachtwagens van Coca Cola voor de echte afsluiting van de stoet. Wij lopen daar maar weer achteraan naar het station.

Tot onze grote verbazing vertrekt onze trein op tijd uit Kaliningrad en zitten we nu veilig weer thuis, met genoeg stof om ons artikel flink "op te leuken".

Geografi-ja?

Voor ons artikel willen we graag met mensen praten. Donderdagmiddag gaan we dus naar de universiteit om te proberen een afspraak te maken met iemand die ons over de regio kan vertellen. Binnen zit een streng kijkende vrouw achter een tafel. We zeggen op vragende toon "geografie" tegen haar, in de hoop dat ze ons uitlegt waar we de geografische faculteit kunnen vinden. Helaas heeft ze nog niet door dat we geen Russisch praten. Ze begint dus op verontwaardigde toon terug te schreeuwen. Wij herhalen geografie en zeggen "Ja nje gawarjoe paroeskie" (ik spreek geen Russisch). In wanhoop gaat ze nog harder en sneller schreeuwen. Uiteindelijk, we staan op het punt het maar op te geven, komt ze overeind en gebaart ze ons haar te volgen. Door een heleboel gangen en trappen komen we bij een deur terecht. "Dekanat Geografija", staat er in het Russisch op. De vrouw klopt aan, gaat naar binnen, en komt even later weer naar buiten. Met behulp van ons woordenboek komen we er achter dat ze ons probeert te vertellen dat de professor niet beschikbaar is maar dat wij de volgende dag om lunch (haar enige woord Engels) terug moeten komen.

De volgende middag gaan we dus naar de geografiefaculteit toe, met een fles Russische champagne en wat Nederlandse geografieboekjes als cadeautjes onder de arm. We worden snel bij dezelfde deur gebracht, en dit keer mogen we naar binnen. Het hoofd van de faculteit, professor Orlenok, zit achter een groot bureau, met ingelijste diploma’s en oorkondes erop. Wij mogen op een bank tegen de wand aan gaan zitten. Professor Orlenok vraagt ons wat wij willen weten, waarom we hier zijn. We delen hem dit mede, hij denkt even, pleegt een telefoontje, en binnen de minuut staat er een andere professor voor onze neus die ons verder kan helpen. We zitten daarop de hele middag met professor Fjodorow te praten (hij spreekt prima Engels). Na een poosje komt ook professor Swerew binnen. De beide professoren vertellen ons alles over de regio. Als na een hele poos het gesprek ten einde komt bieden we ze de fles Russische champagne aan, die ontmaskerd wordt als Letse champagne. Gelukkig accepteren ze de fles wel, maar hij moet gelijk leeg. Vol overgave brengen we een toast uit op de samenwerking tussen de universiteiten van Kaliningrad en Utrecht. Nazdorowje! (proost).

 

Met dank aan Leo Paul en Marca Wolfensberger.